"Unleash your creativity and unlock your potential with MsgBrains.Com - the innovative platform for nurturing your intellect." » English Books » 📺 📺 ,,Alleen op de Wereld'' by Hector Malot

Add to favorite 📺 📺 ,,Alleen op de Wereld'' by Hector Malot

1

Select the language in which you want the text you are reading to be translated, then select the words you don't know with the cursor to get the translation above the selected word!

Go to page:
Text Size:

Toen Capi mijn naam hoorde, begon hij, zooals altijd, te blaffen en hij legde den rechterpoot op zijn hart.

—Als zijn ouders arm waren, dan behielden wij dit vrije leven, dan konden wij

gaan waarheen wij wilden, en wij behoefden slechts te zorgen, dat het "geëerde gezelschap" tevreden over ons was.

—Ouaf! Ouaf!

—Nu zijn ouders rijk zijn, gebeurt juist het tegenovergestelde; Capi krijgt een groot hok op een plein en wordt aan een blinkenden ijzeren ketting gelegd, in elk geval aan een ketting, omdat de honden niet in de huizen van rijke lui mogen komen.

Eigenlijk was ik boos op Mattia, nu hij wenschte, dat ik arme ouders zou hebben, inplaats van hetzelfde droombeeld als ik te koesteren; maar aan den anderen kant was ik blijde, dat ik de oorzaak van zijn verdriet kende—het sproot voort uit zijn vriendschap, uit zijne vrees van mij gescheiden te worden; ik kon hem hiervan dus geen verwijt maken, daar het een bewijs was van zijn genegenheid en gehechtheid. Hij had mij lief, en daar hij slechts aan onze wederkeerige genegenheid dacht, wilde hij niet, dat men ons van elkander scheidde.

Zoo wij niet verplicht waren geweest te zamen ons dagelijksch brood te verdienen, zou ik, ondanks Mattia, met dezelfde snelheid zijn blijven voortloopen, maar wij moesten in de groote dorpen voorstellingen geven en in afwachting, dat mijne rijke ouders hun rijkdom met ons zouden deelen, moesten wij ons met de weinige stuivers vergenoegen, die wij toevallig en met groote moeite hier en daar ophaalden. Wij waren dus wel genoodzaakt langer onderweg te blijven dan oorspronkelijk ons plan was geweest.

Bovendien was er nog eene andere reden dan het verdienen van ons dagelijksch brood, die ons besluiten deed om zooveel geld mogelijk met onze voorstellingen op te halen. Ik was de woorden van vrouw Barberin niet vergeten, toen zij mij verzekerde, dat met al mijn rijkdom ik haar niet gelukkiger maken kon, dan ik gedaan had toen ik arm was, en ik wilde dat mijn kleine Lize even gelukkig zijn zou als vrouw Barberin. Lize zou natuurlijk mijn rijkdom deelen; dat leed geen twijfel; maar vóórdat ik nog rijk was, wilde ik Lize een geschenk geven, dat ik met eigen verdiend geld voor haar gekocht had—een geschenk van mijn armoede.

Wij kochten te Dreuze een pop voor haar, die gelukkig niet zoo duur was als de koe, en van daar konden wij ons met de meeste haast voortspoeden naar de

plaats onzer bestemming; want de dorpen, die wij moesten doortrekken, waren alle even arm en de bewoners zelven konden nauwelijks hun eigen brood verdienen, dus veel minder waren zij instaat mild jegens ons te zijn.

Van Chatillon af volgden wij de oevers van het kanaal en de boschrijke dreven, het zacht kabbelende water en de scheepjes, die langzaam door de paarden werden voortgetrokken, brachten mij de gelukkige dagen weder in herinnering, die ik op De Zwaan met mevrouw Milligan en Arthur had mogen doorbrengen, toen ook ik op het water dobberde. Waar bevond zich thans De Zwaan? Hoe dikwijls had ik, als wij een rivier overstaken of langs een kanaal liepen, mij zelf afgevraagd of men niet het een of ander pleizierbootje had zien voorbijstoomen, dat, door zijn dek, zijn smaakvolle versierselen met geen ander verward kon worden. Mevrouw Milligan was ongetwijfeld weder naar Engeland teruggekeerd en Arthur zou zeker genezen zijn. Dit was het meest waarschijnlijke en het verstandigste om te gelooven en toch, meer dan eens, als wij langs dat kanaal liepen, dacht ik bij mezelf, als ik in de verte een boot zag naderen, of dat niet De Zwaan was, die ons tegemoet stevende.

Het was intusschen herfst geworden; de dagen waren minder lang dan in den zomer en wij stelden alles in het werk om tegen den nacht een schuur te bereiken, waar wij een onderkomen zouden kunnen vinden.

Hoe wij onzen pas ook versneld hadden, was het toch reeds middenin den nacht toen wij te Dreuze aankwamen.

Om de woning van Lize's tante te bereiken, hadden wij slechts het kanaal te volgen, daar de man van tante Katharina, die sluiswachter was, in de onmiddellijke nabijheid van de sluis woonde. Dit bespaarde ons veel tijd, en spoedig hadden wij de woning gevonden, die aan het einde van het dorp was gelegen, omringd van hooge boomen, wier takken in den nevel schenen te wiegelen.

Mijn hart klopte onstuimig, toen wij dit huis naderden, waarvan het venster verlicht werd door het schijnsel van een groot vuur, dat onder den schoorsteen brandde en nu en dan een rood licht over onzen weg wierp.

Toen wij zeer dicht bij het huis waren gekomen, zag ik dat de deur en het venster gesloten waren, maar door het venster, dat blinden noch gordijnen had, zag ik Lize voor de tafel zitten, naast hare tante, terwijl een man, ongetwijfeld haar

man, naast haar zat, met den rug naar haar toegekeerd.

—Zij zijn aan het avondeten, merkte Mattia op; het is juist het geschiktste oogenblik.

Maar ik hield hem terug en wenkte Capi om stil achter ons te blijven.

Daarop gespte ik de harp los en maakte mij gereed om erop te spelen.

—O, ja, fluisterde Mattia, een serenade, dat is een goede inval.

—Neen, gij niet, ik alleen.

En ik begon de eerste noten te spelen van mijn napolitaansch lied, maar zonder te zingen, zoodat mijn stem mij niet kon verraden.

Terwijl ik speelde, hield ik mijn blik op Lize gericht; zij hief plotseling het hoofd op en uit haar oogen straalde een flikkerend licht.

Ik begon te zingen. Zij sprong toen van haar stoel en snelde naar de deur; ik had slechts den tijd om mijn harp aan Mattia te geven, want Lize hing reeds aan mijn hals.

Men liet ons binnen en toen tante Katherina mij goedendag gezegd had, zette zij twee borden op tafel.

Ik verzocht haar toen om er nog een derde naast te plaatsen.

—Als gij het goedvindt, breng ik nog een derden makker mede.

Ik haalde uit mijn reistasch de pop te voorschijn, die ik op een stoel naast Lize zette.

De blik, dien Lize mij toewierp, zal ik nooit vergeten en dikwijls voel ik hem nog op mij gericht.

XXXII.

BARBERIN.

Als ik niet zulk een haast gehad had om Parijs te bereiken, dan zou ik ongetwijfeld nog zeer lang bij Lize gebleven zijn; wij hadden elkander zooveel te vertellen, en wij konden elkaar, met de taal, waartoe wij onze toevlucht moesten nemen, zoo weinig zeggen.

Lize moest mij toch hare komst te Dreuze vertellen, hoe lief en goed haar oom en tante voor haar waren, die van de vijf kinderen, welke zij gehad hadden, geen een meer hadden overgehouden; een ramp die vele gezinnen treft, daar de moeders haar eigen kinderen dikwijls verlaten om als voedsters naar Parijs te gaan. Hoe zij haar behandelden alsof zij hun eigen dochter was, wat zij in de huishouding verrichtte en welke bezigheden en genoegens men haar gaf; met visschen, roeien en wandelen bracht zij bijna al haar tijd door, daar zij niet naar school kon gaan.

En ik wilde, van mijn kant, haar ook alles vertellen, wat gebeurd was, sedert wij elkander verlaten hadden en hoe ik bijna omgekomen was in de mijn, waarin Alexis werkte en hoe ik, toen ik bij moeder Barberin kwam, vernam dat mijn familie mij zocht, en daardoor verhinderd was geworden om Martha te bezoeken.

Natuurlijk speelde mijn familie een groote rol in mijn verhalen en vooral mijn rijke familie. Ik herhaalde aan Lize wat ik Mattia reeds gezegd had en sprak vooral over het vooruitzicht op een groot fortuin, en als wij dat hadden, zouden wij allen gelukkig kunnen worden: haar vader, hare zuster, hare broers en zij zelve, ja zij vooral.

Lize, die niet zoo vroeg ontwikkeld was als Mattia en die, gelukkig voor haar, niet de ondervinding had van de school der leerlingen van Garofoli, was zeer

geneigd te gelooven, dat zij die rijk waren niet anders dan gelukkig op aarde konden zijn en dat de fortuin een talisman was die, evenals in de sprookjes, onmiddellijk alles verschafte wat men maar verlangen kon. Immers haar vader was alleen in de gevangenis gezet omdat hij arm was en zijn armoede was de oorzaak, dat zijn gezin wijd en zijd was verspreid. Of ik rijk was, of zij, was volkomen hetzelfde; althans hetzelfde wat de gevolgen betrof; wij zouden beiden gelukkig zijn en om het overige bekommerde zij zich niet: wij zouden allen weder vereenigd worden en gelukkig leven.

Wij brachten onzen tijd niet door met bij de sluis te staan praten bij het ruischen van het water, dat door de deuren stroomde, maar wij maakten ook met ons drieën, Lize, Mattia en ik, groote wandelingen. Eigenlijk waren wij met ons vijven, want Capi was altijd van het gezelschap, evenals de pop, die ik voor Lize had medegebracht.

Mijne zwerftochten door Frankrijk met Vitalis gedurende eenige jaren en met Mattia gedurende de laatste maanden hadden mij bekend gemaakt met een groot deel van het land; maar ik had geen merkwaardiger oord gezien dan dat, waarin ik mij thans bevond: onmetelijke bosschen, schoone weilanden, rotsen, heuvels, spelonken, schuimende watervallen, kalme vijvers, enge dalen met stille rotswanden langs den stroom, die zich door de streek kronkelde. Het was prachtig in alle opzichten; men hoorde slechts het ruischen van het water, het gezang der vogels, of het suizen van den wind in de hooge boomen. Ik moet erkennen, dat ik ook eenige jaren geleden de vallei van de Bièvre zeer schoon had gevonden; men behoeft mij dus niet zoo onbepaald op mijn woord te gelooven, maar dit kan ik verzekeren dat overal, waar ik met Lize gewandeld heb en waar wij te zamen speelden, het land mij voorkwam eene schoonheid en bekoorlijkheid te bezitten, die andere streken, welke men beweert dat schooner zijn, in mijn oog niet bezaten: ik heb dat land gezien met Lize en daaraan is mij eene herinnering gebleven, die beschenen wordt door het geluk, dat ik toen genoot.

Are sens