"Unleash your creativity and unlock your potential with MsgBrains.Com - the innovative platform for nurturing your intellect." » English Books » 📺 📺 ,,Alleen op de Wereld'' by Hector Malot

Add to favorite 📺 📺 ,,Alleen op de Wereld'' by Hector Malot

1

Select the language in which you want the text you are reading to be translated, then select the words you don't know with the cursor to get the translation above the selected word!

Go to page:
Text Size:

XXXIII.

NASPORINGEN.

Den anderen morgen was mijn eerste werk, aan vrouw Barberin te schrijven om haar mede te deelen wat ik had vernomen, en dat was een heel werk voor me.

Hoe kon ik haar zoo maar botweg vertellen, dat haar man dood was? Zij hield van haar Jérôme; zij hadden jarenlang samen geleefd, en het zou haar leed doen als ik niet in hare droefheid deelde.

Zoo goed als het ging en met herhaalde betuigingen van genegenheid, was ik ten slotte aan het einde van mijn papier. Natuurlijk sprak ik haar over mijne teleurstelling en de verijdeling van mijne vurigste hoop. Eigenlijk was dit wel het voornaamste waarover ik schreef. Ingeval mijne familie zich tot haar wendde, teneinde iets omtrent Barberin te vernemen, verzocht ik haar mij onmiddellijk te waarschuwen en vooral om mij het adres te zenden, dat men haar mocht aangeven; mij kon men altijd in het logement van Cantal vinden.

Toen ik die taak had volbracht, rustte er nog eene andere op me tegenover den vader van Lize, en ook die taak was zwaar, althans tot op zekere hoogte. Toen ik aan Lize te Dreuze beloofd had, om de eerste maal, dat ik in Parijs zou uitgaan, aan haar vader een bezoek te brengen, had ik haar gezegd, dat, als mijne ouders rijk waren, gelijk ik hoopte, ik van hen de som zou vragen, die haar vader schuldig was, zoodat ik slechts naar de gevangenis zou gaan om hem in vrijheid te doen stellen. Dat was een van de nommers van mijn programma van de goede dingen, die ik genieten zou. Eerst vader Acquin, dan moeder Barberin, vervolgens Lize, na haar Martha en Alexis en eindelijk Benjamin. Wat Mattia betreft, men zou voor hem hetzelfde doen als voor mij en hij was gelukkig, als ik gelukkig was.

Welk eene teleurstelling dus voor me, om met leege handen naar de gevangenis

te gaan en vader Acquin te bezoeken, voor wien ik thans even weinig doen kon als bij mijn vertrek, om hem de schuld mijner dankbaarheid te betalen.

Gelukkig kon ik hem goede tijding brengen en de groeten van Lize en Alexis, en zijn blijdschap over hetgeen hij omtrent zijne kinderen vernam, zou tenminste eenigermate vergoeden, dat ik zijne vrijheid niet medebracht. Ik had dus altijd het bewustzijn, iets goeds voor hem te kunnen doen, al was dit dan ook nog het voornaamste niet.

Mattia, die erg verlangde om eens eene gevangenis te zien, ging met mij mede; bovendien stelde ik er prijs op, dat hij den man zou leeren kennen, die twee jaar lang zulk een goed vader voor mij geweest was.

Ik kende thans het middel om in de gevangenis van Clichy te worden toegelaten en wij bleven nu niet zoolang voor de groote poort wachten, als toen ik de eerste maal Acquin wilde bezoeken.

Men liet ons in een spreekvertrek en weldra verscheen vader Acquin. Reeds op den drempel opende hij zijn armen voor me.

—O, wat een goede jongen ben je toch, Rémi, je bent een beste jongen! riep hij uit.

Ik vertelde hem dadelijk alles wat ik wist van Lize en Alexis en toen ik hem wilde uitleggen, waarom ik niet bij Martha was geweest, viel hij mij in de rede met de vraag:

—En je ouders?

—Weet ge dan, dat die mij zoeken?

Toen deelde hij mij mede, dat veertien dagen geleden Barberin bij hem was geweest.

—Die is dood, zeide ik.

—Dat is eerst een ongeluk!

Toen verhaalde hij mij hoe Barberin bij hem geweest was om te vernemen wat er van mij was geworden. Toen hij te Parijs was geweest, had Barberin zich naar

Garofoli begeven, maar dien had hij natuurlijk niet gevonden; toen was hij hem gaan opzoeken in de provincie, heel ver van Parijs, waar Garofoli zijn straftijd doorbracht, en deze had hem verteld, dat ik na den dood van Vitalis opgenomen was bij zekeren tuinman Acquin. Barberin was toen teruggekeerd en had zich aan de Glacière vervoegd en daar vernomen, dat die tuinman in Clichy gevangen zat. Hij was daarop naar de gevangenis gegaan en Acquin had hem meegedeeld, dat ik rondzwierf in Frankrijk, zoodat het met geene mogelijkheid was te zeggen, waar ik mij op dit oogenblik bevond; maar hij was zeker, dat ik den een of anderen dag bij een van zijne kinderen zou komen. Toen had hij zelf naar Dreuze, naar Vares, Esnandes en Saint-Quentin geschreven. Zoo ik den brief niet te Dreuze gevonden had, was het, omdat ik al vertrokken was vóór die daar was aangekomen.

—En wat heeft Barberin u van mijne familie verteld? vroeg ik.

—Niets, of althans heel weinig. Uwe ouders hadden bij den commissaris van politie in de wijk des Invalides vernomen, dat het kind, hetwelk in de Avenue de Breteuil was neergelegd, gevonden was door een metselaar uit Chavanon, zekeren Barberin, en toen zijn zij u bij hem komen opvragen. Toen ze u niet vonden, hadden zij hem verzocht hem behulpzaam te zijn bij hunne nasporingen.

—Heeft hij u hun naam niet gezegd? Heeft hij niet verteld waar zij woonden?

—Toen ik hem die vragen deed, antwoordde hij, dat hij mij dit later wel zeggen zou. Toen heb ik er niet op aangedrongen, daar ik begreep, dat hij den naam van uwe ouders geheim hield, om niet minder geld van hen te trekken dan hij gehoopt had te zullen krijgen. Daar ik een poos lang ook uw vader was geweest, verbeeldde die Barberin zich, dat ik mij daarvoor wilde laten betalen. Toen heb ik me niet meer met hem bemoeid en is hij ook niet teruggekomen; maar dat hij dood was, wist ik niet. Alzoo, jongenlief, hebt ge uwe ouders niet, en weet gij door die inhaligheid van den ouden schraper ook niet wie of waar zij zijn.

Ik vertelde hem wat wij hoopten en hij versterkte die hoop door tal van goede redenen.

—Daar uwe ouders dien Barberin wel te Chavanon hebben weten te vinden en die Barberin Garofoli en zelfs mij heeft weten te ontdekken, zal men u ook wel in het logement van Cantal weten op te sporen. Daar kunt gij zeker van zijn.

Die woorden deden mij bepaald goed en maakten mij weder vroolijk en

opgeruimd. Den overigen tijd brachten wij door met over Elize en Alexis te spreken en over mijn ongeluk in de mijn.

—Wat een vreeselijk vak! zeide hij, toen ik aan het slot van mijn verhaal was; en is dat nu het leven van mijn armen Alex? Och, hoeveel gelukkiger was het, toen hij in mijn tuin bloemen kon kweeken.

—Die tijd zal wel weer komen, antwoordde ik.

—God geve, dat dit gebeure, beste Rémi.

Het brandde mij op de lippen om hem te zeggen, dat mijne ouders hem wel spoedig uit de gevangenis zouden halen, maar bijtijds bedacht ik, dat het toch niet paste om te pochen op het genot, dat men later iemand doen zou, en ik bepaalde mij dus tot de verzekering, dat hij wel spoedig weer zijne vrijheid zou herkrijgen en al zijne kinderen bij zich hebben zou.

—En in afwachting van dat gelukkig oogenblik, zeide Mattia, toen wij buiten waren gekomen, moeten wij geen tijd laten voorbijgaan om geld te verdienen.

—Als wij minder tijd hadden besteed om geld te verdienen op den weg van Chavanon naar Dreuze en van Dreuze naar Parijs, zouden wij nog bijtijds gekomen zijn om Barberin in leven te vinden.

—Dat is waar, en ik heb er me zelven ook al een verwijt van gemaakt, dat wij ons zoolang hebben opgehouden; waarlijk, gij kunt er niet knorriger om zijn dan ik.

—O, ik verwijt het je niet, mijn goede Mattia, dat verzeker ik u. Zonder u zou ik aan Lize haar pop niet hebben kunnen geven en zonder u zouden wij thans in Parijs zijn zonder een stuiver op zak, om in ons onderhoud te voorzien.

—Welnu, als ik gelijk had dat ik er op aandrong om geld te verdienen, laten wij dan doen, of ik ook nu gelijk heb. Bovendien schiet ons niet beter over dan te zingen en te spelen; later zullen wij den tijd wel hebben om uit te rusten, als wij in uw rijtuig kunnen zitten. Te Parijs ben ik thuis en ik ken de goede plekjes.

Hij kende die plekjes zoo goed, de groote pleinen, de binnenplaatsen, de koffiehuizen enz., dat wij dien avond, toen wij naar bed gingen, vijftien francs hadden opgehaald.

Toen ik mij te ruste legde, herhaalde ik bij mijzelven een woord, dat ik dikwijls gehoord had van Vitalis: hun slechts die het niet noodig hebben, is de fortuin gunstig. Zeker was die ruime verdienste een zeker bewijs, dat opeens mijne ouders vóór me zouden staan.

Are sens